ذخیرہ الفاظ
فعل سیکھیں – فارسی

tonen
Ik kan een visum in mijn paspoort tonen.
tonen
Ik kan een visum in mijn paspoort tonen.
show
I can show a visa in my passport.

binnenkomen
Hij komt de hotelkamer binnen.
binnenkomen
Hij komt de hotelkamer binnen.
enter
He enters the hotel room.

bevatten
Vis, kaas en melk bevatten veel eiwitten.
bevatten
Vis, kaas en melk bevatten veel eiwitten.
contain
Fish, cheese, and milk contain a lot of protein.

wijken
Veel oude huizen moeten wijken voor de nieuwe.
wijken
Veel oude huizen moeten wijken voor de nieuwe.
give way
Many old houses have to give way for the new ones.

beginnen met rennen
De atleet staat op het punt om te beginnen met rennen.
beginnen met rennen
De atleet staat op het punt om te beginnen met rennen.
start running
The athlete is about to start running.

aannemen
Het bedrijf wil meer mensen aannemen.
aannemen
Het bedrijf wil meer mensen aannemen.
hire
The company wants to hire more people.

vaststellen
De datum wordt vastgesteld.
vaststellen
De datum wordt vastgesteld.
set
The date is being set.

zien
Je kunt beter zien met een bril.
zien
Je kunt beter zien met een bril.
see
You can see better with glasses.

oefenen
Hij oefent elke dag met zijn skateboard.
oefenen
Hij oefent elke dag met zijn skateboard.
practice
He practices every day with his skateboard.

kletsen
Hij kletst vaak met zijn buurman.
kletsen
Hij kletst vaak met zijn buurman.
chat
He often chats with his neighbor.

ontmoeten
Soms ontmoeten ze elkaar in het trappenhuis.
ontmoeten
Soms ontmoeten ze elkaar in het trappenhuis.
meet
Sometimes they meet in the staircase.
