ذخیرہ الفاظ

فعل سیکھیں – فارسی

cms/verbs-webp/102823465.webp
tonen
Ik kan een visum in mijn paspoort tonen.
tonen
Ik kan een visum in mijn paspoort tonen.
show
I can show a visa in my passport.
cms/verbs-webp/104135921.webp
binnenkomen
Hij komt de hotelkamer binnen.
binnenkomen
Hij komt de hotelkamer binnen.
enter
He enters the hotel room.
cms/verbs-webp/108520089.webp
bevatten
Vis, kaas en melk bevatten veel eiwitten.
bevatten
Vis, kaas en melk bevatten veel eiwitten.
contain
Fish, cheese, and milk contain a lot of protein.
cms/verbs-webp/61575526.webp
wijken
Veel oude huizen moeten wijken voor de nieuwe.
wijken
Veel oude huizen moeten wijken voor de nieuwe.
give way
Many old houses have to give way for the new ones.
cms/verbs-webp/55119061.webp
beginnen met rennen
De atleet staat op het punt om te beginnen met rennen.
beginnen met rennen
De atleet staat op het punt om te beginnen met rennen.
start running
The athlete is about to start running.
cms/verbs-webp/103797145.webp
aannemen
Het bedrijf wil meer mensen aannemen.
aannemen
Het bedrijf wil meer mensen aannemen.
hire
The company wants to hire more people.
cms/verbs-webp/96476544.webp
vaststellen
De datum wordt vastgesteld.
vaststellen
De datum wordt vastgesteld.
set
The date is being set.
cms/verbs-webp/114993311.webp
zien
Je kunt beter zien met een bril.
zien
Je kunt beter zien met een bril.
see
You can see better with glasses.
cms/verbs-webp/123179881.webp
oefenen
Hij oefent elke dag met zijn skateboard.
oefenen
Hij oefent elke dag met zijn skateboard.
practice
He practices every day with his skateboard.
cms/verbs-webp/129203514.webp
kletsen
Hij kletst vaak met zijn buurman.
kletsen
Hij kletst vaak met zijn buurman.
chat
He often chats with his neighbor.
cms/verbs-webp/43100258.webp
ontmoeten
Soms ontmoeten ze elkaar in het trappenhuis.
ontmoeten
Soms ontmoeten ze elkaar in het trappenhuis.
meet
Sometimes they meet in the staircase.
cms/verbs-webp/85871651.webp
moeten gaan
Ik heb dringend vakantie nodig; ik moet gaan!
moeten gaan
Ik heb dringend vakantie nodig; ik moet gaan!
need to go
I urgently need a vacation; I have to go!