ذخیرہ الفاظ
فعل سیکھیں – کوریائی

verdenken
Hij verdenkt dat het zijn vriendin is.
verdenken
Hij verdenkt dat het zijn vriendin is.
подозревать
Он подозревает, что это его девушка.

aankomen
Hij kwam net op tijd aan.
aankomen
Hij kwam net op tijd aan.
прибывать
Он прибыл как раз вовремя.

wandelen
De familie gaat op zondag wandelen.
wandelen
De familie gaat op zondag wandelen.
гулять
Семья гуляет по воскресеньям.

leiden
Hij leidt het meisje bij de hand.
leiden
Hij leidt het meisje bij de hand.
вести
Он ведет девушку за руку.

liegen
Soms moet men liegen in een noodsituatie.
liegen
Soms moet men liegen in een noodsituatie.
лгать
Иногда приходится лгать в экстренной ситуации.

voorstellen
De vrouw stelt iets voor aan haar vriendin.
voorstellen
De vrouw stelt iets voor aan haar vriendin.
предлагать
Женщина что-то предлагает своей подруге.

weten
De kinderen zijn erg nieuwsgierig en weten al veel.
weten
De kinderen zijn erg nieuwsgierig en weten al veel.
знать
Дети очень любознательны и уже много знают.

beginnen
Een nieuw leven begint met een huwelijk.
beginnen
Een nieuw leven begint met een huwelijk.
начинать
С браком начинается новая жизнь.

staan
De bergbeklimmer staat op de top.
staan
De bergbeklimmer staat op de top.
стоять
Горный лазатель стоит на пике.

sturen
Hij stuurt een brief.
sturen
Hij stuurt een brief.
отправлять
Он отправляет письмо.

wachten
Ze wacht op de bus.
wachten
Ze wacht op de bus.
ждать
Она ждет автобус.
