Từ vựng
Học động từ – Bồ Đào Nha (BR)

vertrouwen
We vertrouwen elkaar allemaal.
stole på
Vi stoler alle på hverandre.

thuiskomen
Papa is eindelijk thuisgekomen!
komme hjem
Pappa har endelig kommet hjem!

bezoeken
Een oude vriend bezoekt haar.
besøke
En gammel venn besøker henne.

terugkomen
De boemerang kwam terug.
returnere
Boomerangen returnerte.

voorbijgaan
De middeleeuwse periode is voorbijgegaan.
passere
Middelalderen har passert.

garanderen
Verzekering garandeert bescherming bij ongevallen.
garantere
Forsikring garanterer beskyttelse i tilfelle ulykker.

ondernemen
Ik heb veel reizen ondernomen.
påta seg
Jeg har påtatt meg mange reiser.

samenkomen
Het is fijn als twee mensen samenkomen.
komme sammen
Det er fint når to mennesker kommer sammen.

draaien
Je mag naar links draaien.
svinge
Du kan svinge til venstre.

voorstellen
Ze stelt zich elke dag iets nieuws voor.
forestille seg
Hun forestiller seg noe nytt hver dag.

kwaadspreken
De klasgenoten spreken kwaad over haar.
snakke dårlig
Klassekameratene snakker dårlig om henne.
